KNGF-instructeur: leerling tussen de leerlinghonden

Portretfoto van Nicole en Wendy met een geleidehond in opleiding

Longread: leestijd 5 minuten

Elke KNGF-instructeur volgt een interne opleiding van 3 jaar. Wie de strenge selectieprocedure doorkomt, krijgt met Wendy van Kooij te maken. Trainers in opleiding leren al werkend het vak van haar. Nicole Pedder volgt al enige tijd de opleiding tot KNGF-instructeur. Samen vertellen Wendy en Nicole hoe de opleiding werkt. Instructeur worden is namelijk minstens zo complex als het trainen van knappe geleidehonden. 

‘We hanteren inderdaad een strenge selectieprocedure’, begint Wendy van Kooij. ‘Dat is nodig, omdat we veel tijd in mensen steken. De interne opleiding duurt 3 jaar en we willen voorkomen dat iemand voortijdig uitvalt.’ 

Om een goed beeld van iemand te krijgen, doorlopen kandidaten meerdere sollicitatierondes. Daarbij kijken we naar hun hondhandling. We willen zien hoe ze samenwerken en hoe ze zich gedragen in de groep. Voor dit vak moet je namelijk goed zijn met honden, maar vooral ook goed zijn met mensen. Wendy: ‘Het is geen vereiste dat je een hele reeks hondencursussen achter je naam hebt staan. Ik vind het belangrijker dat iemand een open houding heeft, nieuwsgierig is en vooral geïnteresseerd is in oorzaak en gevolg. Dat is belangrijk voor het trainen van honden, maar ook bij het instrueren van mensen.’ Iedereen die de selectieprocedure haalt, start anders aan het traject. Wendy: ‘Dat komt omdat de opleiding echt op maat wordt aangeboden. Zo vindt de één het bijvoorbeeld prettiger om meteen aan de slag te gaan en de ander heeft eerst behoefte aan uitleg.’

Wendy en Nicole zitten naast elkaar aan tafel boven de studieboeken

Eerste keer alleen op stap met een hond

Bij aanvang trainen de leerlingen vooral met jonge honden. Wendy: ‘Bij deze honden zie je het snelst resultaat. Iemand die net begint, heeft nog geen idee van het eindplaatje.’ 
Daarnaast zorgt Wendy ervoor dat je kennismaakt met verschillende hondenkarakters. Ze neemt daarvoor zorgvuldig de dossiers door die er van de honden in opleiding zijn en koppelt die aan een van haar leerlingen. Naarmate de opleiding vordert, krijgt een leerling langer een “eigen” hond en later meerdere honden onder zijn hoede en traint die zelfstandig. ‘De eerste keer dat je alleen met een hond op stap gaat, voelt hetzelfde als voor de eerste keer autorijden zonder instructeur’, vertelt Nicole Pedder, een van de leerlingen van Wendy. ‘Collega’, verbetert Wendy. ‘We gaan samen de hond trainen. Ik wil dat de leerlingen vanaf het begin het gevoel hebben dat ze invloed hebben op de ontwikkeling van de hond.’ Hele dagen puzzelt Wendy om het beste leertraject voor iemand uit te stippelen. ‘Ik kijk per week met wie ik wat, waar, hoe en met welke hond ga doen. Ik denk continu aan de volgende stap. Dat maakt het leuk, maar intensief.’

Als een spons informatie opnemen

Nicole ervaart de intensieve begeleiding als prettig: ‘Ik vind het heerlijk om als een spons nieuwe informatie op te nemen. Er is zo veel te bespreken. Dan vraagt Wendy bij een lastige oversteekplek: “Hoe zou je deze situatie aan een cliënt uitleggen?” Je leert veel over de dagelijkse uitdagingen waar mensen met een visuele beperking voor staan. En eigenlijk traint Wendy de hond via mij, terwijl ik het nog niet kan. Hoe knap is dat? Wendy zegt dan vaak: “Ik zie 10 dingen die nog niet goed gaan, maar ik haal er 2 uit waar we vandaag aan gaan werken.”’

Nicole wijst de hond op de luifel als hoogte obstakel

‘Ga deze hond maar even intuigen’

Onlangs is Nicole opgeklommen tot KNGF-trainer. Ze zit nu in het instructiegedeelte van de opleiding. ‘In het begin ben je vooral bezig de organisatie en collega’s te leren kennen’, vertelt Nicole. ‘Je loopt met allerlei collega’s van verschillende afdelingen mee. Daarna komt het moment dat je zelf aan de slag gaat en dan krijg je de opdracht: ga deze hond maar even “intuigen”. Inmiddels doe ik dit zonder nadenken. Maar die eerste keer staat me nog levendig voor de geest. Je moet het tuig in je ene hand houden, een beloningsbrokje in je andere. De hond moet naast je blijven en dat allemaal tegelijk. Met als resultaat dat ik het tuig in mijn verkeerde hand vasthad. Daar moet je dus echt les in krijgen. Daar komt bij dat je de omgevingen waar je de honden traint moet leren kennen. Waar loop je heen en wat kun je daar allemaal tegenkomen om te gebruiken in de training? Omdat je alleen maar met de hond bezig bent, vergeet je om je heen te kijken. En dan denk je echt: hoe ga ik dat allemaal onder de knie krijgen?’ 

Mentaal weerbaar

Wendy beaamt dat de opleiding complex is. ‘Je bent niet alleen bezig met de ontwikkeling van de honden maar vooral ook zelf aan het leren. Je hebt dus een hond onder je hoede, bent met jezelf bezig en dan ben ik er nog om je van alles mee te geven. Dat is pittig. Mentaal en fysiek. Het is belangrijk dat je mentaal weerbaar bent, je krijgt immers een grote verantwoordelijkheid: een cliënt moet veilig met de blindengeleidehond over straat kunnen. Tegelijkertijd is het belangrijk dat je altijd open blijft staan om te leren. Elke hond, cliënt en situatie is anders en vraagt om een verschillende aanpak.’
Het blijft niet bij het aanleren van geleidewerk. De opleiding behelst meer, voegt Wendy toe. ‘Je zult zeker tegen je eigen karakter oplopen en je leert dingen als: hoe presenteer ik mezelf en hoe kom ik over? Dat is niet iets waar de nadruk op ligt aan het begin van de opleiding, maar ik ben er wel al mee bezig. Je moet informatie op de juiste manier kunnen overbrengen op mensen die met een geleidehond gaan lopen.’

‘Soms denk ik: help!’

Nicole weet nog goed dat haar duidelijk is verteld dat de opleiding intensief is. ‘Toch kun je vooraf moeilijk bedenken hoe zwaar het is. Je moet altijd “aan staan”. En soms weet je het gewoon even niet. Dan loop ik met een hond op een obstakel af en dan denk ik echt: help! Dan ben ik opgelucht als Wendy me vraagt te stoppen en ze de tijd neemt om me alles over de situatie uit te leggen. Ze heeft dan namelijk allang aan mijn schouders gezien -  die omhoog gaan - dat ik er even niet uitkom. En soms laat ze me dan juist doormodderen.’

Wendy legt Nicole iets uit over het omgaan met obstakels op de web

Elke fase andere uitdagingen 

Inmiddels is Nicole druk aan het leren hoe ze de eindtraining van de toekomstige geleidehonden het beste kan vormgeven. Nicole: ‘In deze fase moeten ze laten zien dat ze zelf de juiste beslissingen kunnen nemen. Je moet het ze wat moeilijker maken door bijvoorbeeld op het verkeerde moment een commando te geven. Je neemt ze dan expres in de maling. Dat is voor die hond ook iets nieuws. In het begin stuur je, maar op een gegeven moment moeten ze het zelf doen. Zo kent elke fase van de opleiding weer andere uitdagingen. Maar het mooie vind ik dat deze opleiding precies aansluit op waar jezelf aan toe bent.’ 

‘Ontroerend om te zien waar het toe leidt’ 

De opleiding bestaat uit 2 delen. De eerste 2 jaar word je opgeleid tot trainer. Daarna ben je nog een jaar bezig om instructeur te worden. De een doet iets langer over het eerste “hondengedeelte” en een ander heeft meer tijd nodig om instructeur te worden. Nicole heeft twee derde van haar opleiding erop zitten. Nicole: ‘In de fase waar ik nu zit, mag ik kennismakingen gaan begeleiden tussen honden en cliënten en ik mag met instructeurs mee naar instructies bij cliënten thuis. Ik ben heel voorzichtig, naar honden toe maar ook naar mensen. Als ik een collega met een geblindeerde bril op met een hond laat lopen, wil ik er het liefst tegenaan geplakt zitten om te voorkomen dat er iets mis gaat. Ik zie er nu al tegenop dat ik straks een cliënt zelfstandig met een hond moet laten lopen. Tegelijkertijd lijkt het me ontroerend als ik zie waar alle trainingsuren toe hebben geleid. Ik vind dit echt een fantastische baan. Ik mag met honden werken en met mensen en zorg ervoor dat ze weer vooruit kunnen in het leven.’