Ten Geleide #102
Wie met honden werkt krijgt onherroepelijk te maken met menselijke emoties, want aan bijna iedere hond zit een baas vast, die veel van die speciale hond houdt. Dat onze honden een belangrijke plaats innemen in het leven van onze fokgast-, puppypleeggezinnen en onze cliënten, is iets waar wij dagelijks mee worden geconfronteerd. Het delen in de blijdschap van het fokgastgezin als er een nest pups is geboren, van het gezin dat een pleegpup in de armen sluit of die van de cliënt die trots en gelukkig de school verlaat met zijn of haar geleidehond, is een bijzondere dimensie van het werken bij onze organisatie.
Natuurlijk is er ook een keerzijde. Heel regelmatig ontvangt de redactie van dit blad inzendingen van lezers die hun gevoelens over het afscheid van hun hond op papier hebben gezet. Ieder kwartaal publiceren wij wel een aantal van deze uit het hart gegrepen bijdragen. Dat afscheid dient zich in vele gedaanten aan; als de pup naar het pleeggezin gaat, als de pleeghond naar de geleidehondenschool wordt gebracht voor zijn opleiding of als een geleidehond met pensioen gaat of overlijdt. Wat de reden van het afscheid ook is, vrijwel altijd is het de hond die overgaat naar een andere fase. Toch kan het ook gebeuren dat de baas in een nieuwe omstandigheid komt die afscheid nemen onvermijdelijk maakt. Dit overkwam een van onze oudste cliënten, Wilma Mandersloot. Door een ongelukkige val kan zij zich alleen nog met de grootste moeite verplaatsen. Heel moedig heeft zij daarom besloten haar geleidehond Peggy ter adoptie af te staan. Zoals zij het zelf formuleert: ‘Peggy heeft mij zoveel vrijheid geven, nu geef ik haar die vrijheid terug’. Verderop in dit blad kunt u haar verhaal lezen.
Wilma verdient met haar dappere beslissing veel respect. Dat geldt overigens ook voor onze cliënten die hun trouwe, vertrouwde geleidehond een welverdiend pensioen gunnen én voor onze puppypleeggezinnen die bereid zijn steeds weer afscheid te nemen van hun pleeghond. Net als iedere hondenliefhebber weet ik maar al te goed dat afscheid nemen van een dierbare hond niet gemakkelijk is. Dat je dat doet om een ander - mens of hond - een beter leven te gunnen, heeft mijn grote bewondering.
Met vriendelijke groet,
Ellen C. Greve
Directeur
Interview geleidehondgebruikster Wilma Mandersloot
Afscheid nemen van je geleidehond als hij met pensioen gaat is niet gemakkelijk. Een geleidehond afstaan aan de dood is heel verdrietig. Een geleidehond afstaan omdat je er niet meer voor kunt zorgen: ‘dat is in één woord hárd’.
‘Ik heb nu pas last van m’n blindheid’
Het is niet moeilijk te vinden. Op de derde verdieping, vier deuren naar rechts na het trappenhuis staat een lange, spierwitte taststok met rode bandjes schuin tegen de muur, glanzend in de zon. Voor het ruitje naast de deur bungelt een paars-gele KNGF-deurhanger met de tekst ‘niet storen, ik werk’. Hier moet het zijn; het huis van Wilma Mandersloot (79). Het gaat niet zo best, vertelt ze, als ze eindelijk heeft opengedaan en we met een kop koffie aan de eettafel zitten. Het lopen gaat slecht, heel langzaam en ze voelt zich niet lekker vanmorgen. ‘Maar ik wilde het toch door laten gaan, ik vind het veel te leuk dat je er bent’. Wilma is - of liever gezegd wás - een van de oudste cliënten van KNGF Geleidehonden. Ruim 59 jaar liep ze met een geleidehond, totdat daar afgelopen voorjaar een einde aan kwam. Want Wilma kan niet meer lopen. Of eigenlijk, ze kan wel lopen - ze geeft zelfs een demonstratie -, maar alleen voetje voor voetje, achter de rollator. Daarom heeft ze begin dit jaar naar de geleidehondenschool gebeld met de mededeling: ‘Peter (van der Heijden, hoofd van de afdeling Opleiding, red.), ik ga Peggy afstaan’. Een kanjer, noemde Peter haar. En terecht, want het vereist moed om toe te geven dat je je geleidehond niets meer te bieden hebt, terwijl je zoveel van haar houdt en diep in je hart helemaal niet zonder haar kan. ‘Maar juist daarom’, benadrukt ze, de handen gespreid met de palmen naar boven. ‘Peggy is een vrijbuitertje en ik durf niet meer met haar naar buiten. Dat kan toch niet? Dat is toch niet eerlijk? Daarom wilde ik haar afstaan, aan een gezin dat wel wat met haar doet. Niet meer werken, want ze is al acht, maar wandelen en lekker naar buiten gaan.’
De lampjes zijn uitgegaan
Wilma is de achtste uit een gezin van tien kinderen. Haar vader werd als lid van de ondergrondse in ’42 gefusilleerd door de Duitsers. Maar, vertelt ze, terwijl ze een duim in de lucht steekt, ze is ‘zó opgevoed’, door haar moeder en een heel fijne stiefvader, die beambte was bij het postkantoor in Utrecht. Zelf had ze graag verpleegster willen worden, maar zover kwam het niet. Op een ochtend in 1951 wordt Wilma wakker. Ze vraagt zich af waarom het nog steeds zo donker is in haar slaapkamer. Maar het is helemaal niet donker, weet ze even later als haar moeder haar vertelt dat het gewoon licht is buiten. Wilma is van de ene op de andere dag blind geworden, naar later blijkt, ten gevolge van een virus. ‘Ik belde de huisdokter en zei: ‘dokter, m’n lampjes zijn uitgegaan’.
De schade blijkt onherstelbaar. Wilma is en blijft blind. ‘Ga maar naar de geleidehondenschool’, was het advies van de huisdokter. Want volgens hem was de oplossing simpel. Wilma moest maar een geleidehond hebben.
‘Dus dat deed ik’, gaat ze verder. ‘Achteraf denk ik dat ik daar toen nog niet aan toe was. Ik was boos en gaf iedereen de schuld dat ik blind was. Ik had er eerst aan moeten wennen, want ik was veel te recalcitrant.’
Niettemin kreeg ze, drie maanden nadat ze het zicht had verloren, haar eerste geleidehond Frank. Een Hollandse herder uit het asiel. ‘De eerste keer dat ik met hem liep, wist ik niet wat me overkwam. Er ging een wereld voor me open. Ik weet nog dat ik dacht: ‘nu ben ik weer m’n eigen baas’. Die dokter had dat mooi bedacht, dat ik een geleidehond moest, maar wat wist ik van honden? Niets! Toen hij zei dat ik maar een geleidehond moest hebben, dacht ik nog: ‘een hond, wat moet ik met een hond’? Maar toen ik daar liep met Frank, drong het pas goed tot me door wat een hond voor een mens kan betekenen. Ik kon weer zien.’
Frank was geen blijvertje. Hij had het een en ander in het asiel meegemaakt waardoor hij iedereen die maar bij Wilma in de buurt kwam, greep.
Snel daarna kwam Trudis - ‘een schatje’ - een kruising Duitse herder en Dobermann, toen Arno, een kruising tussen een dalmatiër en een Duitse staander. Daarna kwamen de honden ‘nieuwe stijl’, een kruising labrador en golden en twee labradors. Zes honden in totaal.
Er was wel een groot verschil tussen de eerste honden uit het asiel en de laatste drie, dat moet ze eerlijk toegeven.
‘Nou en of!’ benadrukt Wilma met een ferme knik. ‘Asielhonden hadden een verleden, weet je, en dat kwam er dan later uit, als je eenmaal thuis was. Sommigen hadden een pak slaag gehad of ze hadden gezworven en dat merkte je aan het gedrag. Die honden waren onrustig en zenuwachtig als je even wegging. En soms waren ze agressief, zoals Frank. Maar ze waren me allemaal even lief.’
Ze is even stil, denkt na, en dan: ‘Behalve Peggy, dat was de liefste. Die stak er bovenuit. Die was zó schattig, zó lief, zó zorgzaam.’ Dan peinzend: ‘Peggy was een hond, ik geloof niet dat er een tweede zo rondloopt. Die zorgde voor me, echt waar.’
Tja, Peggy, de laatste, de liefste en de trouwste van het stel. ‘Ik heb geen spijt hoor, van m’n beslissing. Ik weet dat ik het goede heb gedaan. Althans voor Peggy’, zegt Wilma dapper. ‘Maar’, ze buigt zich vertrouwelijk naar voren, ‘als je een geleidehond op die manier moet afstaan, dan is dat wel heel hard hoor.’
De stilte die nu valt duurt langer. Ze slikt en ze slikt nog een keer, maar het helpt niet. De tranen komen nu toch, want ze zitten hoog. ‘Sorry’, verontschuldigt ze zich. ‘Iedere keer denk ik, nu gaat het wel, maar dan gaat het toch weer mis. Ik kan nog steeds niet over Peggy praten zonder te huilen. Iedere dag nog denk ik aan haar en ik mis haar zo verschrikkelijk.’
Ze veegt met een tissue onder haar ogen, snuit haar neus en dan staat ze - heel voorzichtig, maar toch nog abrupt - op. ‘Mag ik eens kijken hoe je eruit ziet?’ Zachtjes legt ze haar handen om mijn gezicht en heel voorzichtig gaan haar vingers over mijn haar, mijn wangen en neus, over mijn schouders, langs de taille en dan een gedecideerd klopje op de heupen. ‘Dacht ik wel’, fluistert ze. En nog eens: ‘Dacht ik wel.’ En dan: ‘Je bent een leuke meid. Wil je nog koffie?’
Het is een klein intermezzo, maar voldoende om zich te herpakken. Want hoe moeilijk ook, over Peggy is ze niet uitgepraat. ‘Vier maanden geleden ben ik gevallen. Ik was Peggy ‘s avonds aan het uitlaten in het park en opeens lag ik. Ik heb daar een hele poos gelegen in het donker en in de stromende regen. Ik moest wachten tot er iemand voorbij kwam die me op kon beuren. En al die tijd bleef Peggy bij me wachten, is ze niet bij me weggeweest.’
Ze zucht diep. ‘Peggy is zo verschrikkelijk trouw, als alle mensen eens zo trouw waren ...’
Wat ze toen nog niet wist, weet ze nu; de valpartij op die regenachtige avond is het begin geweest van het einde van een tijdperk. Wilma heeft nog een paar maanden - heel voorzichtig - met Peggy gelopen, totdat ze wéér viel, in huis dit keer. Tijdens die val bezeerde ze flink haar rug en toen was het afgelopen. Ze durfde niet meer naar buiten. Een buurvrouw heeft Peggy nog een tijdje uitgelaten. Dat het niet langer kon zo, moest eerst even bezinken. Tot de dag, nu een paar maanden geleden, dat Wilma de telefoon oppakte en KNGF Geleidehonden belde.
Als ze het over moest doen, dan zou ze het weer precies zo doen, zegt ze. ‘Je hoort wel eens mensen die zeggen dat ze veel eerder aan een geleidehond hadden moeten beginnen. Ik had drie maanden nadat ik blind werd een hond, eerder kon niet. Het was eigenlijk niet verstandig. Nu doen ze dat ook beslist niet meer en dat is ook terecht. Het is belangrijk dat je eerst hebt geaccepteerd dat je blind bent. Maar bij mij is het gelukkig goed gegaan, dus ik ben er achteraf bezien toch wel blij om. Want een geleidehond is het liefste wat er is. En, dat weet ik nu, ik heb al die jaren nooit last gehad van mijn blindheid. Nu Peggy niet meer bij me is, nu heb ik er pas last van. Je kunt een geleidehond niet vragen om iets voor te lezen, maar hij helpt je wel vaak uit de brand. Ik zei gewoon ‘vooraan’, en hup daar gingen we met z’n tweeën. Ik hoefde niemand wat te vragen. Als ik dan thuis kwam, dan zei ik tegen haar: - want ik praatte heel veel met haar - ‘Nou Peg, we hebben het weer volbracht’. Dat ze het goed heeft bij haar adoptiegezin, dat helpt me wel. En het verdriet zal wel slijten. Ik denk maar zo: Peggy gaf mij vrijheid en nu is het mijn beurt, nu geef ik die aan haar. Zij mag niet hetzelfde leven hebben als ik, altijd maar hier opgesloten zitten. Dat heeft ze niet verdiend.’
Bij het afscheid geeft ze me een knuffel en op de valreep, in de gang, wijst ze me op de foto’s van haar dierbare honden. Zelf kan ze hen niet zien, maar ze weet feilloos wie, wie is en welke foto waar hangt. Op de drempel houdt ze me nog even tegen. ‘Mensen kunnen een voorbeeld aan geleidehonden nemen’ zegt ze dan. ‘Schrijf dat ook maar op.’
‘Een geleidehond is het liefste wat er is’
‘Peggy gaf mij vrijheid, nu geef ik die aan haar’
‘Toen ik met mijn eerste geleidehond liep, ging een wereld open. Ik kon weer zien’
Honden op school 1
Aileen, Balder, Berry, Boy, Camiel, Cleaver, Clipper, Clover, Cooper, Cyta, Czara. Diddle, Dodger, Dolly, Doska, Ebonie, Elle, Elmas, Elynn, Ermo, Esmee, Evi, Ewald
De eindtest van de geleidehond
Wie in Nederland een leuke baan wil, moet een opleiding gevolgd hebben en met een diploma op de proppen komen. Dat geldt ook voor geleidehonden. Althans, een tastbaar certificaat krijgen ze niet, maar examen doen ze wel degelijk. Voordat ze aan het werk mogen, moeten ze allemaal slagen: ‘Wat nog niet klaar is, gaat er niet uit.’
‘Honden testen doe ik ziende blind’
De bus staat klaar. Achterin zitten drie aspirant-geleidehonden. Voorin, tussen het stuurwiel gestoken, een kartonnetje met daarop - in net meisjeshandschrift - hun namen. Op het dashboard ligt een clipboard met evaluatieformulieren. Vandaag doen de drie daar achter in de bus eindexamen. Ze zijn zo’n vijf maanden in opleiding en dan is het tijd om ze aan een eindtest te onderwerpen. Het tijdstip van de test is zorgvuldig gekozen; zo’n zes weken voor de aflevering is er voldoende tijd om nog wat puntjes op de i te zetten, maar de honden zijn lang genoeg in training om alles te kunnen beheersen. Op deze druilerige dinsdag zal senior instructeur Frans Heitz bekijken of ze klaar zijn om de laatste stap te maken; de aflevering aan hun visueel beperkte baas of bazin.
Dat het regent is jammer, vindt Frans. Niet zozeer omdat het met een zonnetje erbij zoveel prettiger loopt, maar vooral omdat het bij regen rustiger is in de Dapperbuurt, het stuk van Amsterdam waar alle honden de testrit lopen. Veel mensen op straat betekent voor geleidehonden veel lastige, onvoorspelbare ‘obstakels’ en situaties, waardoor ze goed kunnen laten zien hoe het met hun oplossend vermogen is gesteld. Maar goed, Frans is niet voor een gat te vangen. Deze oude rot in het vak zal ook op een regenachtige dag wel genoeg ‘hersenkrakers’ vinden om de honden goed te kunnen beoordelen.
Dat Frans, als de nestor van de organisatie, de testritten doet, is geen toeval. Met ruim 35 jaar ervaring is hij wel in staat om te beoordelen of een hond snapt waar hij mee bezig is en bijna klaar is met zijn opleiding. Daarbij is hij een meester in het creatief benutten van de mogelijkheden om een hond in al zijn facetten te testen. Tijdens de eindrit krijgt de hond het - zoals dat heet - ‘voor zijn kiezen’. Doorstaat hij de test, dan staat niets de aflevering aan een nieuwe baas meer in de weg.
Extra waarborg - gedeelde verantwoordelijkheid
Sinds een jaar of vijf is de eindrit een vast item van de opleiding en levert deze een grote bijdrage aan het uitgebreide kwaliteitsprogramma. Natuurlijk doet iedere instructeur zijn uiterste best om de hond zo allround en goed mogelijk op te leiden. Ook het testen van de hond in verschillende stadia van de opleiding hoort daarbij. Dit gebeurt door middel van het zogenaamde blindbrillopen; de eigen maar ook vreemde instructeurs lopen dan met de hond terwijl ze een donkere bril dragen. Het verschil met de eindrit is dat de hond het bij Frans zonder de vertrouwde instructeur moet stellen, die tijdens het blindbrillopen wel meeloopt. Zonder deze steun kan de hond dingen laten zien die hij bij de eigen instructeur niet - meer - laat zien.
‘Als je iedere dag met een hond op pad gaat, ken je hem van haver tot gort’, vertelt Frans. ‘Dan weet je precies wat de sterke kanten zijn en wat de minder sterke. Dat is mooi, maar de keerzijde is dat je niet meer onbevooroordeeld naar die hond kunt kijken. Test je een hond die je zelf hebt getraind, dan kun je hem onbewust helpen. Het kan ook dat bepaald gedrag terugkomt dat de eigen instructeur eruit heeft getraind. Als ik dan met de hond loop, kan het de kop weer opsteken. Het is belangrijk om dat te signaleren, want als een hond dat bij mij doet, dan kun je erop rekenen dat hij het bij zijn nieuwe baas ook doet. Het is beter dat ik het nu opmerk dan dat we er tijdens de instructieperiode achter komen. Dan willen we zo min mogelijk verrassingen.’
Een andere reden om een ‘vreemde’ instructeur de eindtest te laten afnemen, is dat zo eventuele blinde vlekken aan het licht komen. Als je een hond dag in, dag uit traint, kan het zo zijn dat de trainer bepaalde dingen niet meer opmerkt. Frans is volkomen blanco. Hij kent de honden niet en kan ze daarom onbevooroordeeld observeren. De zaken die nog niet helemaal in orde zijn, komen in het rapport. De eindtesten vormen zo een belangrijk intern feedbacksysteem voor de trainers en instructeurs. En dan heeft de eindtest nog een ander, niet te onderschatten, voordeel. Het is namelijk een hele verantwoording om te bepalen dat een hond klaar is met de opleiding en dat je er dus iemand met een visuele handicap aan kunt toevertrouwen. Die verantwoording is zo een gedeeld besluit en rust niet op de schouders van één persoon.
Er zijn regelmatig geleidehondgebruikers die zichzelf wel zien in de rol van geleidehondentester. Ooit, lang geleden was er inderdaad een blinde trainer die zich hiermee bezighield. Dat had zo zijn voordelen; de honden werden in een levensechte situatie getest. Ondanks dat, blijkt uit de praktijk dat het toch vooral een klus is voor een ziende instructeur. ‘Als je een hond in alle facetten wilt testen, moet je kunnen inspelen op alles wat je tegenkomt’ legt Frans uit. ‘Als ik een laadklep zie die naar beneden is of een ander gemeen obstakel, dan ga ik er direct op af. Als je blind bent kun je niet anticiperen. Daarbij kost het mij na al die jaren geen moeite meer om mijn zicht uit te schakelen en de hond de vrijheid te geven om te werken zonder dat ik hem help. Je moet het zo zien; als ik aan het testen ben, ben ik eigenlijk ziende blind.’
Confronteren en observeren
We gaan op pad. Op verzoek van de honden zijn de namen gefingeerd. Je weet immers maar nooit wat de uitslag zal zijn. Ook honden voelen er niets voor om met een smet op hun blazoen te blijven rondlopen, lang nadat de minpuntjes zijn weggewerkt. We noemen ze Hond A, B en C.
Hond A wordt uit zijn compartiment in de bus gehaald, in tuig geklikt en nog even - aan de losse riem - uitgelaten. De testroute is voor alle honden precies dezelfde. Voor de instructeurs is dit gebied rondom de Dappermarkt verboden terrein om te trainen. De route moet voor de honden onbekend zijn. Op bekend terrein kan Frans niet goed zien of de hond werkelijk snapt wat hij doet of dat het een aangeleerd kunstje is, louter omdat hij een bepaalde situatie al tig keer heeft meegemaakt.
‘Ik doe niets onderweg’, zegt Frans. Ik train niet en ik corrigeer niet. Het enige wat ik doe is routecommando’s geven, de hond volgen en hem met zoveel mogelijk situaties confronteren. Ik observeer dan hoe ze de dingen aanpakken’.
Hond A loopt in zijn tuigje, snuffelt een beetje, maar dat wordt hem vergeven. Het gaat wel lekker, totdat Hond A in een zijstraat bij de T-splitsing niet recht oversteekt, maar een heel stuk over de rijbaan loopt, voordat hij op de hoek van de hoofdstraat weer op de stoep belandt. Frans fronst de wenkbrauwen, maar volgt de hond zonder iets te zeggen. Dat ging blijkbaar niet helemaal goed. Bij de slagboom voor het parkeerterrein van de politie laat de hond zich niet overreden eronder door te gaan, ondanks behoorlijk wat druk van Frans. En ook van het talud springt hij niet. Een open laadklep van een stilstaande vrachtwagen omzeilt de hond met een mooie boog. ‘Gelukkig’, verzucht Frans, ‘want laadkleppen zijn echte killers. Een hond kan daar gemakkelijk onderdoor, maar een mens natuurlijk niet.’
‘Ik ga heel ver’ erkent hij. ‘Dat doet een cliënt straks ook. Die gaat de hond ook pushen, want vanochtend kon hij er langs en dus moet dat ’s middags ook kunnen. Zo zie ik of de hond bestand is tegen druk en of hij blijft blokkeren als dat nodig is.‘
Dat zit bij Hond A wel snor. Alleen dat oversteken zit Frans niet lekker. Dat moet over. Helaas, wéér loopt Hond A langer dan nodig over de rijbaan. Er is iets waardoor deze hond vindt dat schuin oversteken beter is. ‘Het zou kunnen dat hij het oversteken regelmatig heeft geoefend met een blokkade aan de overkant.’
Als Frans door snel bukken op een haar na een zonnescherm mist en A in het park ook nog eens zonder pardon het gras op wandelt terwijl het pad rechtsaf gaat, besluit Frans dat Hond A op deze punten nog wat extra training nodig heeft. Over een week of vijf wil hij hem nog een keertje terugzien. De instructeur moet in die periode veel aandacht besteden aan hoogte obstakels en het zo recht mogelijk oversteken. Dat moet goed zijn voordat de nieuwe baas zich meldt voor de aflevering.
De afleverdatum van deze honden staat al vast. Gelukkig slagen de meeste honden in een keer, maar als dat niet zo is, moet de instructeur er wel voor zorgen dat in die vijf à zes weken wordt bijgeschaafd wat nog niet in orde is. En als het dan nog niet goed is? Dan komt de hond nog een derde keer terug.
‘Want wat niet klaar is, gaat er niet uit’, daar is Frans heel stellig in. ‘Toen ik net begon bij KNGF Geleidehonden was er een hoofdinstructeur, Bertus van Wijk, en die zei altijd: ‘Als je vindt dat je een geleidehond aan je eigen moeder kunt afleveren, dan is hij pas goed’. Die uitspraak is voor mij de norm geworden.’
Of er wel eens een hond tijdens een eindtest wordt afgekeurd? Verstoord en een tikkeltje verbaasd kijkt Frans op van zijn evaluatieformulier. ‘Het zou toch wel een beetje heel schandalig zijn. Dat je vijf maanden gaat trainen en dat je er dan pas achter komt dat de hond geen geleidehond kan worden. Dat kan toch niet? Het komt goed, verzekert hij. Dat deze hond geleidehond kan worden, dat hebben we aan het begin van de opleiding al bepaald. Dus afgeleverd wordt- ie. Desnoods wordt het iets uitgesteld, maar dat is zelden nodig.’
Voor Hond B en Hond C kan de vlag met schooltas wel uit, die zijn het predicaat doctorandus Hond al waardig. Natuurlijk, er zijn nog wel wat ‘dingetjes’ zoals Frans het noemt, maar daarvoor hoeft hij ze niet nog een keer te testen. Hond C bijvoorbeeld, loopt op de buitenweg wat teveel naar het midden, waardoor het verkeer moet uitwijken. Op Hond B is niets, maar dan ook niets aan te merken. Die heeft alleen maar ‘goedjes’ op zijn rapport.
Van de geteste honden ligt niet alleen de afleverdatum vast, ook de zogenaamde pre-matching is al gemaakt. Dat wil zeggen dat een team van collega-instructeurs - op papier vooralsnog – al cliënten hebben uitgezocht die bij de hond passen. Soms is dat één cliënt, meestal zijn het meerdere. Frans test niet alleen het leeuwendeel van de honden, hij neemt ook veel voorzorgbezoeken aan cliënten voor zijn rekening. Dat maakt dat hij de meeste cliënten en honden kent. Het ligt voor de hand dat Frans daarom ook zijn licht laat schijnen over wie de uiteindelijke baas moet worden. Dat advies gecombineerd met het zorgvuldige en gedegen werk van de daarvoor verantwoordelijke collega’s zorgt ervoor dat de matching zo optimaal mogelijk is.
· De honden op de foto’s komen niet in het verhaal voor.
Op de hoogte
In de rubriek 'Op de hoogte' worden steeds de overzichten van alle afleveringen en overlijdensberichten van geleidehonden in het afgelopen kwartaal gepubliceerd.
Afgeleverde combinaties cliënt/geleidehond
De heer M. Kuijpers uit Delft
Met Michiel (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Dienaar, Baarn
I.s.m. Geleidehondenopleiding Ans L’abee
De heer G.Kosterbok uit Rijssen
Met Jambo (Duitse herder x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Talloen, Schagerbrug
Mevrouw C. Pots uit Rolde
Met Nano (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Boer, Hoogvliet
De heer R.H. Schoonhoven uit Scherpenzeel
Met Marnix (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Maljaars, Oostkapelle
Mevrouw C.D.J. van Hoof uit Mierlo
Met Oprah (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Wilmink, Delden
De heer L. Wytman uit Nijmegen
Met Morris (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. De Baan, Rotterdam
De heer W. de Jonge uit Schagen
Met Whisper (labrador retriever)
Pleeggezin: Fam. Dekker, Castricum / Fam. Huising, Uitgeest
De heer F.R. Hoogerbeets uit Haarlem
Met Primo (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Groeningen, Soest
De heer A.L. de Ruijter uit Hardinxveld-Giessendam
Met Udai (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Meijer, Waalre
Mevrouw C.E. Ehrencron uit Woerden
Met Tasha (labrador retriever)
Pleeggezin: Fam. Schreuder, Winterswijk
De heer A. Hachana uit Amsterdam
Met Rani (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. De Vos, Zuid-Scharwoude
Mevrouw N. Lo- Njoe uit Groningen
Met Steffie (labrador retriever)
Pleeggezin: Fam. Bontenbal, Roosendaal
Mevrouw C. van der Sar uit Arnhem
Met Zico (Duitse herder x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Druningen, Voorhout
De heer G.A. Lamers uit Amersfoort
Met Banja (labrador retriever)
Pleeggezin: Fam. Wals, Almere
Mevrouw E. Hofland uit Rhenoy
Met River (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. De Ruiter, Rotterdam
Mevrouw B. Olij uit Lisse
Met Ona (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Van der Waal, Amersfoort
De heer J.W.H.G. Huybers uit Veldhoven
Met Urban (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Paulussen, Spaubeek
Mevrouw A.M. Geluk uit Apeldoorn
Met Ubby (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Dutree, Voorschoten
De heer D. Broy uit Hoensbroek
Met Noury (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Mastrigt, Capelle a/d IJssel
De heer P.H.A.F.H. Derkx uit Helmond
Met Niño (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Draaijer, Arnhem
De heer S. van Meerendonk uit Nijmegen
Met Umar (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Kunnen, Beverwijk
De heer B. Kieftenbeld uit Apeldoorn
Met Wendy (Duitse herder x labrador retriever)
Pleeggezin: Fam. Modderkolk, Nieuw Vennep
De heer G.J.de Groot uit Weesp
Met Utah (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Weerts, Maastricht
De heer A.J.P.F. Mathijsse uit Sint Michielsgestel
Met Rusty (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Mastenbroek, Nieuwegein
Mevrouw W. Struijk uit Sliedrecht
Met Unga (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. Honhoff, Hoofddorp
Mevrouw L. van der Wel uit Naaldwijk
Met Happy (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. van Assema, Uitgeest
Autismegeleidehonden
Familie Daalhuisen en Rimano uit Bilthoven
Met Roxi (labrador x golden retriever)
Pleeggezin: Fam. de Jong, Mildam
Familie Van der Graaf en Vincent uit Veldhoven
Met Xante (labrador retriever)
Pleeggezin: Fam. Papavoine, Culemborg
Familie Engels en Declan uit Venlo
Met Xena (labrador retriever)
Pleeggezin: Fam. De Waard, Heerhugowaard
In Memoriam geleidehonden
Is uw hond na zijn pensionering ter adoptie aangeboden, dan zijn wij niet altijd op de hoogte van zijn overlijden. Wilt u toch een vermelding van het overlijden van uw hond? Meldt u de datum van overlijden dan bij het secretariaat. Wij vermelden het overlijden van uw hond dan in de eerstvolgende Ten Geleide.
Becka van mevrouw Gelens
Geboortedatum: 15 juli 1999
Datum overlijden: 21 februari 2011
Iloy van mevrouw Spaans
Geboortedatum: 3 maart 2000
Datum overlijden: 23 februari 2011
Bowie van de heer Van Loo
Geboortedatum: 15 juli 1999
Datum overlijden: 25 februari 2011
Ulan van mevrouw Steur
Geboortedatum: 31 januari 2003
Datum overlijden: 8 maart 2011
Noel van mevrouw Boers
Geboortedatum: 1 juni 1996
Datum overlijden: 18 maart 2011
Casey van de heer Sprenkels
Geboortedatum: 10 augustus 1997
Datum overlijden: 5 april 2011
Alvin van de heer Van Zandbergen
Geboortedatum: 13 mei 1999
Datum overlijden: 11 april 2011
Catlin van de heer Van Gennip
Geboortedatum: 10 augustus 1997
Datum overlijden: 13 april 2011
Cubby van de heer De Haas
Geboortedatum: 10 augustus 1997
Datum overlijden: 18 april 2011
Evita van de heer Van der Coterlet
Geboortedatum: 3 oktober 1997
Datum overlijden: 28 april 2011
Whoopy van mevrouw Kleerebezem
Geboortedatum: 23 maart 1997
Datum overlijden: 1 mei 2011
Nieuws en wetenswaardigheden Door U
Dag Sparkle!
Om 11.45 uur is Sparkle in de liefdevolle armen van Marcel en mij vredig ingeslapen. Onze trouwe, lieve viervoeter had zijn strijd gestreden. In het laatste jaar hebben Marcel en ik ervaren hoe de ouderdom onze Sparkle stukje bij beetje in zijn greep kreeg. Sparkle was doof, zag heel slecht en zijn geheugen liet hem in de steek. Vorig jaar zomer had Sparkle een kleine tia waar hij wonderlijk goed van herstelde. De laatste tijd ging hij steeds slechter lopen en hij werd broodmager. Waarschijnlijk was er iets in zijn lijf waardoor de voedingstoffen niet meer als bouwstoffen hun werk deden. De eetlust was nog wel altijd aanwezig en tot op het laatst kwispelde zijn staart vrolijk, maar hij was erg ziek.
Sparkle was een lieve, trouwe hond, die in zijn werk als geleidehond een tophond was. Hij was een echte gentleman, dat sprak uit heel zijn houding. De kop fier omhoog, de staart recht en wanneer hij liep, tilde hij zijn poten heel trots op. Hij had een licht gekrulde, gitzwarte vacht, die altijd glansde en zacht aanvoelde. In zijn werk was hij uiterst precies en nauwgezet en als hij iets miste, wat zelden gebeurde, voelde hij zich schuldig. Toen hij ons steeds vaker liet verdwalen, werd het duidelijk dat hij aan zijn pensionering toe was. Onze Sparkle heeft na zijn pensionering nog een aantal fijne jaren gehad, waarin hij tot rust kwam. Ondanks dat Hidde kwam, mijn nieuwe geleidehond, bleef Sparkle tot aan zijn dood de baas van onze honden. Het laatste jaar werd Sparkle liefdevol verzorgd door Laska, onze Maltezer. Laska waste zijn ogen en oren waarvoor hij zijn kop op de bank legde. De felle pijn van het afscheid en het verdriet om de lege mand moeten zowel bij Marcel als bij mij een plek krijgen. De tijd zal ons daarin meenemen.
Johan Dingemanse
Elvy met pensioen
Ruim zeven jaren hebben we met elkaar doorgebracht. Dat was nooit saai. Als werkhond heb ik altijd blindelings op je kunnen vertrouwen. Doorsta je al jaren geduldig het lief en het leed in mijn leven. Je troost me als ik verdriet heb en legt dan je kop op mijn voeten. Accepteer je zonder enige jaloezie Twiddle die jouw taak overneemt. Houd het nog lang vol, ga genieten in Friesland.
Bedankt.
Annelies Diest
‘Zoek school’
Hoe vaak ik niet met mijn dochter van en naar school ben gelopen, weet ik niet meer. In ieder geval had Uschi aan het commando ‘zoek school’ voldoende. Ze liep werkelijk voor twee; enerzijds om de boel bij elkaar te houden, anderzijds om de route voor twee personen goed af te tasten. Op het schoolplein was de hond immens populair. Er stonden regelmatig tientallen kinderen om haar heen. Tegenwoordig reist mijn dochter zelfstandig naar haar middelbare school. Mooie tijd...
Michael Baas
Bijzondere donatie
Uit handen van de burgemeester van Den Haag, Jozias van Aartsen, ontving KNGF-ambassadeur Cees Smit een cheque van € 2.500. Het bedrag werd geschonken door ‘De Goudvink’, de vereniging die sportevenementen in de Hofstad financieel ondersteunt. Vijf jaar geleden ontving geleidehondgebruiker Kees Leentvaar, voor zijn werk ter promotie van sport voor blinden en slechtzienden, een ‘Goudvink’ - een gouden reverspeld - en een som geld. De geldprijs doneerde hij grotendeels aan KNGF Geleidehonden. Zijn verzoek aan het bestuur van de vereniging om in de toekomst nog eens aan de geleidehondenschool te denken, werd 14 mei gehonoreerd met deze cheque. Wij danken de verenging ‘De Goudvink’ van harte voor deze mooie donatie. Natuurlijk bedanken wij ook ambassadeur Kees Leentvaar dat hij destijds een goed woordje voor ons deed en Cees Smit voor het in ontvangst nemen van de cheque.
Jaarbericht bij Ten Geleide
Als vanouds sturen wij u met het zomernummer van Ten Geleide ook het jaarbericht in zwartschrift. De volledige tekst van het jaarverslag kunt u op onze website vinden. www.geleidehond.nl/jaarverslag
Nieuw; PAWS - honden voor kinderen met autisme
Dat honden een positief effect hebben op kinderen met autisme is niet nieuw. De mooie resultaten van de autismegeleidehonden die vanaf 2007 - aanvankelijk bij wijze van proef - bij KNGF Geleidehonden worden opgeleid, spreken boekdelen. Sinds de start hebben zich ook ouders gemeld met vragen over het trainen van een eigen hond voor een kind met een autisme spectrum stoornis (ASS). Dit zijn veelal gezinnen met een autistisch kind voor wie de gevorderde vaardigheden van een autismegeleidehond niet nodig zijn, maar die wel graag willen profiteren van de meerwaarde die een hond autistische kinderen kan bieden. Om die gezinnen te helpen is KNGF Geleidehonden gestart met een serie workshops onder de naam PAWS - Parents Autism Workshops & Support -. Tijdens deze workshops krijgen ouders de informatie en ondersteuning die noodzakelijk zijn voor het vinden van een geschikte hond of het trainen van de huishond die zij al hebben, zodat deze hond kan bijdragen tot een betere sociale en cognitieve ontwikkeling van het autistische kind.
Als in de deelnemende gezinnen nog geen hond aanwezig is, zullen de workshops handvatten bieden om de juiste hond voor het doel te vinden. Ingrid Nijman, hoofd Puppy en Pleeggezinnenzorg, begeleidt de workshops vanuit KNGF Geleidehonden: ‘Een geschikte hond moet een aantal karaktereigenschappen bezitten, waarvan het zich gemakkelijk laten aaien en knuffelen er een is. Ook de wat meer onhandige, maar goedbedoelde liefkozingen mogen voor de hond geen probleem zijn. Het is belangrijk dat de keuze voor een hond, de opvoeding en de training goed worden aangepakt om het voor zowel de hond als het autistische kind en het gezin een waardevolle toevoeging te laten zijn. Het is overigens uitdrukkelijk niet de bedoeling dat KNGF Geleidehonden de honden voor dit project zal gaan leveren.’
Bij dit project wordt onder meer samengewerkt met de Nederlandse Vereniging voor Autisme, mevrouw dr. M.J. Enders, de psychologe die ook het autismegeleidehondenproject heeft begeleid en mevrouw prof.dr. I.A. van Berckelaar, van de faculteit Pedagogische Wetenschappen van de universiteit Leiden.
Hero, de eerste twitterende geleidehond
Ook geleidehonden moeten met hun tijd meegaan. Sinds mei is aspirant-geleidehond Hero actief op social medium Twitter. Met hondenvrienden Hank en Princess, die hij heeft leren kennen tijdens de opnamen van de nieuwste KNGF-commercial ‘Tuigje’, twittert hij zijn Tweets vrolijk de ether in. Natuurlijk vertelt hij ook over zijn belevenissen als geleidehond in opleiding en houdt hij zijn ‘followers’ op de hoogte van de vorderingen die hij maakt tijdens de opleiding. Verder beantwoordt Hero vragen van zijn ‘followers’ en verspreidt hij zo nu en dan interessante weetjes over KNGF Geleidehonden. Wilt u Hero via Twitter volgen en ook tot een van zijn vele ‘followers’ behoren? Kijk dan op www.twitter.com/herogeleidehond.
Geleidehond houdt de kop koel in verkeerschaos
De avondspits op de Kruithuisweg in Delft veranderde in een grote puinhoop toen de verkeersinstallatie het liet afweten en alle verkeerslichten uitvielen. Automobilisten, motorrijders, vrachtwagens en voetgangers moesten nu op eigen kracht door de chaos zien te laveren, zonder brokken te maken. Geleidehondgebruiker Martin Kuijpers met zijn onverstoorbare geleidehond Michiel wisten de overkant veilig te bereiken. Op de website van District.8.net waar deze foto werd gepubliceerd, kwamen nogal wat reacties: ‘Dapper, die blinde man!’ En: ‘Goed opgeleid, die hond’. De wakkere fotograaf Dimitri Holster (17) maakte een foto van dit onverstoorbare duo. Ook hij dacht: ‘Dit gaat nooit goed. Des te mooier vond ik het om te zien hoe de geleidehond vol beheersing en kalmte zijn baas over het kruispunt begeleidde’, aldus de fotograaf. Martin Kuijpers zelf was misschien nog wel het minst onder de indruk. ‘Het ging toch prima?’ was zijn droge commentaar.
Foto: Dimitri Holster
Sportkamp voor blinde en slechtziende jongeren
De NVBS organiseert, in samenwerking met het NOC*NSF en de aangesloten sportbonden, vanaf vrijdag 16 september een sportkamp rondom het Loo-Erf. Tijdens dit sportkamp wordt serieus, maar in een ontspannen en gezellige sfeer gesport onder begeleiding van professionele trainers die ervaring hebben met sporters met een visuele beperking. De aangeboden sporten zijn: atletiek, goalbal, blindenvoetbal, wielrennen, zwemmen, judo en roeien. Wie na het sportkamp een bepaalde sport wil blijven beoefenen, wordt geholpen bij het vinden van een vereniging in de buurt.
Wie - Jongeren van 14 tot en met 21 jaar met een visuele beperking
Wanneer - Van 16 tot en met 18 september
Waar - Het Loo-Erf te Apeldoorn
Kosten - € 40 p.p.
Voor meer informatie: bureau@nvbs.nl of bel naar 030 - 2931141 of 06 - 28113517
Ieder kwartaal laten wij in de rubriek ‘Hoe is het nu met…’ een andere baas aan het woord over zijn of haar geleidehond. Deze keer vroegen we Pieter de Lange: ‘Hoe is het nu met….?’
MELLE
Ras: labrador retriever
Geboren: 23 maart 2004
Fokgastgezin: Fam. Hiddema
Moederhond: Truitje
Vaderhond: Sailor
Pleeggezin: Fam. Geuverink
Pieter de Lange (52): ‘Melle is zo geweldig! Hij is opgewekt en vrolijk, maar als hij rustig moet zijn, dan is hij rustig. Er was tussen ons direct een klik. Ik zag hem voor het eerst tijdens het kennismakingsbezoek bij ons thuis. Hij kwam binnen en pakte meteen de bal van onze andere hond en kwam die mij brengen. Toen vond ik hem al fantastisch en dat vind ik nog steeds. In oktober heb ik hem drie jaar. Voor die tijd deed ik de dingen met een stok, maar daar kon ik niet goed mee omgaan. Ik ging eigenlijk bijna nergens meer heen omdat ik niet zo goed met die stok durfde te lopen. ’s Avonds ging ik helemaal de deur niet meer uit. Sinds Melle er is, ga ik weer heel veel weg; drie keer in de week naar de sportschool, naar het dorp, de kerk, boodschappen doen en naar restaurants. Ik werk bij Center Parcs als fietsenmaker. Daar hebben ze zo’n 1000 fietsen die ik onderhoud. Ik heb nog een heel klein kokertje waardoor ik kan zien. Daarmee en met m’n ervaring en routine kan ik dat werk heel goed doen. Natuurlijk gaat Melle dan ook mee. Eigenlijk is het zo; waar ik ben, daar is Melle. Hij vindt het heel leuk om te werken. Ik hoef hem niet eens te roepen. Als ik naar de deur loop, staat hij al klaar.
Er is wel wat tijd overheen gegaan voordat ik een geleidehond aanvroeg. Ik wilde niet zomaar een hond. Voor mijn gevoel was ik dan meer gehandicapt omdat ik dan zou toegeven dat ik niet zonder zou kunnen. Met de ervaring die ik nu heb, had ik het natuurlijk eerder moeten doen, maar dat is gepraat achteraf. Nu kan ik hem absoluut niet meer missen. Ik denk ook liever niet aan het moment dat hij met pensioen zal gaan. Natuurlijk wil ik tegen die tijd een andere hond, maar dat zal ik wel heel moeilijk vinden. Ik heb nog af en toe contact met het puppypleeggezin. Fantastische mensen! Van hen heb ik puppyfoto’s gekregen en ook een paar melktandjes. Die zal ik altijd bewaren. Met Melle heb ik zo’n band dat zulke dingen voor mij ook bijzonder zijn. Voorlopig blijf ik nog met hem werken, maar als hij met pensioen gaat, dan blijft hij bij ons. Hij is van ons en hij hoort bij ons. Ik kan het niet anders zeggen dan dat ik heel veel van hem houd.’
Honden op school 2
Faith, Fedor, Frodo, Funny, Gabber, Geke, Giel, Gozer, Guust, Gwennie, Hilde, Holly, Jeslie, Jonas, Jumper, Kjeld, Kristel, Xante, Xena, Zelda, Zeva, Zita, Zoey